Wow. Dat was fantastisch! Van te voren had ik bedacht dat ik graag een aantal mensen zou willen zien, maar ik had er helemaal niet bij stilgestaan dat die mensen mij ook graag wilden zien! In no-time zat ik weer bijna op mijn niveau engels zoals toen ik nog voor ABN AMRO werkte had (meer dan de helft van de tijd sprak ik daar engels).
Op het moment dat ik aankwam wilde Patricia Kernan, de organisator van de expositie, mij voorstellen aan dr. Carl George, een van de juryleden. Hij bleek heel erg onder de indruk te zijn van mijn illustratie "Mimivirus" en vroeg me honderduit over hoe ik de illustratie gemaakt had en waar ik mijn informatie vandaan haalde. En hij bleek niet de enige. Gedurende de dag kwamen er mensen naar mij toe om me complimenten te geven over juist die illustratie. Dat is iets waar ik heel erg blij over ben: hoewel in Nederland vooral de Gorilla indruk heeft gemaakt, ben ik zelf heel erg blij met het mimivirus. Het is een illustratie die een aantal grenzen overschrijdt: doordat het een illustratie betreft van een onderwerp wat wij nooit in werkelijkheid zullen zien, met alle kleuren en texturen die daarbij horen, heb ik heel erg veel moeten interpreteren. Het eindresultaat is een indrukwekkende plaat die er, volgens mijn collega's(!), uitspringt.
Alle illustratoren verzamelden zich voor het programma van de rest van de dag in een restroom, van alle gemakken voorzien, en iedereen kreeg een naamkaartje op met naam en een afbeelding van (een van) de illustratie(s) op de expositie. Op die van mij stond het mimivirus. Becky Uhler kwam naar mij toe, heel erg enthousiast omdat ze me graag wilde ontmoeten: mijn chicken growing up reeks had veel indruk gemaakt! Ik kreeg zelf niet de kans om naar iemand toe te stappen, Therese Brosseau was de volgende die naar me toe kwam. Zij heeft de cicade gemaakt die op de uitnodiging voor de opening staat. Daarna ontmoette ik Frances Fawcett en Sue de Learie Adair. Iemand waar ik heel erg onder de indruk van ben is Dick Rauh, een gepensioneerde art director die de mooiste botanische illustraties maakt. Rosemarie Swab bleek twintig jaar geleden uit Duitsland geëmigreerd te zijn en dat was nog te horen!
Met Guusje Bertholet had ik van te voren afgesproken, maar door alle drukte hebben we elkaar maar heel kort kunnen spreken. Zij was echter net zo enthousiast als ik, dus dat gaat nog wel een vervolg krijgen in Nederland! Ik heb nog een heleboel anderen ontmoet, maar het was zoveel dat ik niet alles hier kan vertellen.
Rond een uur of twee werden we in drie groepen rondgeleid door de collectie achter de schermen van het museum. Het New York State Museum is enorm, maar achter de schermen doet het mij heel erg denken aan universiteitsgebouwen in Wageningen of aan de collectie bij Naturalis.
John B. Skiba liet ons zien hoe Cartography zich de laatste eeuw had ontwikkeld van een zeer tijdrovend werk tot dit moment waarbij GIS informatie wordt gecombineerd met oude data van onderzoeken in nieuw digitaal materiaal.
Ron Burch vertelde aan de hand van oude aquarellen van watervogels dat er nog wel eens wat verloren is gegaan in de loop van de jaren. Interessant was zijn verhaal hoe het museum aan sommige stukken van de collectie is gekomen.
Patricia Kernan leidde ons uiteindelijk langs de grote collectie illustraties van het museum. Daarbij vergaapten we ons aan de winnaars van de vorige purchase awards, collecties van meer dan honder jaar oud, werk dat ik herkende van sommige standaardwerken over zoogdieren, paddenstoelen, en schelpen, en als klap op de vuurpijl een verzameling wassen beelden van paddenstoelen op ware grootte.
Voor mijn gevoel erg laat, maar hier was het nog maar half vijf, hadden we een uurtje rust tot de officiële opening van de expositie. Ik kreeg eindelijk gelegenheid om alle stukken te zien. Direct natuurlijk naar mijn eigen illustraties gelopen, ik was heel benieuwd omdat ze allebei opnieuw ingelijst hadden moeten worden: tijdens het vervoer is het glas van allebei de lijsten gebroken.. De illustraties zelf waren gelukkig niet beschadigd en heel mooi ingelijst. Ik moest echter wel hard lachen toen ik voor het mimivirus stond: het was op zijn kop opgehangen! Wonderbaarlijk, want in de catalogus en op mijn naamkaartje was het uitstekend gegaan, daar stond alles goed. Het grappige was dat, hoewel ik er erg aan moest wennen, niemand het bewust had gezien. Het was snel verholpen en de fotograaf van de expositie smulde ervan!
Net voor de opening ontmoette ik iemand die ik heel erg graag wilde zien en ook hier bleek dat zij ook mij heel graag wilde zien: Emily Damstra. Ik beschouw haar als een van de beste natural science illustratoren die ik ken, mijn verbazing was groot dat zij hetzelfde dacht over mij! Zij heeft drie illustraties in de expositie en al eerder de purchase award gewonnen. We hebben lange tijd gepraat en elkaar uitgenodigd om bij elkaar te logeren. Komende zomer geef ik een workshop in Ithaca op de GNSI conferentie en we hopen elkaar in ieder geval dan weer te zien.
Tot zover mijn verslag nu. Ik ga zo weer naar het museum om Patricia Kernan weer te ontmoeten. We gaan dan de tentoonstelling nog een keer langs en dan heb ik waarschijnlijk nog wat meer info.
De purchase award heb ik niet gewonnen (Emily, die er zelfs twee won, was daar stomverbaasd over), maar de dag was zo fantastisch dat dat eigenlijk niet meer uitmaakte!
wat ontzettend leuk voor je dat je werk zo gewaardeerd wordt!
Geplaatst door: Zoë | 23-4-08 om 22:34
wat ontzettend leuk voor je dat je werk zo gewaardeerd wordt!
Geplaatst door: Zoë | 23-4-08 om 22:35
wat ontzettend leuk voor je dat je werk zo gewaardeerd wordt!
Geplaatst door: Zoë | 23-4-08 om 22:35